Publieksinformatie Risico's van stoffen

Chemische stoffen kunnen risico’s met zich mee brengen voor mens en milieu. Hoe groot dit risico is, hangt af van de eigenschappen van de stof én in hoeverre  mens en milieu ermee in aanraking komen. De overheid stelt regels en normen op om de risico’s zo klein mogelijk te maken. 

Chemische stoffen

In veel producten die we dagelijks gebruiken zitten chemische stoffen. Ze vormen de basis van bijvoorbeeld verf, medicijnen, cosmetica, plastic, en conserveermiddelen. Deze producten  maken ons leven gemakkelijker. Sommige chemische stoffen kunnen ook schadelijk zijn voor mens en milieu. Dit hangt af van de eigenschappen van de stof en hoe we ermee in contact komen.

Normen

Een stof kan gevaarlijke eigenschappen hebben. Hij kan bijvoorbeeld kankerverwekkend, ontvlambaar of giftig zijn. De overheid stelt normen vast om een stof veilig te kunnen gebruiken. Een norm geeft de hoeveelheid van een stof aan waarmee mens en milieu zonder gevaar in contact kunnen komen. Pas wanneer de overheid een waarde vaststelt (wettelijk of beleidsmatig), spreken we van een norm.

Er zijn verschillende soorten normen: bijvoorbeeld voor lucht en water om mensen en het milieu te beschermen; voor verschillende soorten producten, zoals voeding en speelgoed; voor verschillende doelgroepen, zoals  voor alle Nederlanders, of speciaal voor consumenten of werknemers. 

Normen worden bepaald met behulp van laboratoriumtesten, metingen, en computermodellen. De resultaten worden vertaald naar een wetenschappelijke risicogrens: de hoeveelheid of concentratie waarmee je in contact kan komen zonder dat er ongewenste effecten optreden. Bij het vaststellen van deze risicogrens wordt het zekere voor het onzekere genomen. Als er weinig informatie bekend is over mogelijke schadelijke effecten van een stof, dan wordt daar rekening mee gehouden door de norm extra streng te maken.

Blootstelling

Om het risico van een chemische stof te kunnen bepalen, maakt het uit op welke manier, hoe vaak en hoe lang je ermee in contact komt. Bij elkaar samen noemen we dit ‘blootstelling’. De blootstelling  kan per situatie verschillen. Bij een brand kunnen mensen bijvoorbeeld in korte tijd met een grote hoeveelheid van een chemische stof in aanraking komen. Dat kan ook bij een eenmalige lozing uit een fabriek. Maar het kan ook zijn dat iemand langere tijd wordt blootgesteld aan een kleine hoeveelheid van een stof. Dit geeft andere risico’s.

Voor de mens kan de blootstelling verschillen doordat je een stof op je huid krijgt, inademt of inslikt. Voor het milieu maakt het verschil uit of een stof in de lucht, in het water of in de bodem terechtkomt, of in een combinatie daarvan. 

Gevaar en Risico

Er is een verschil tussen gevaar en risico. Of een stof gevaarlijk is hangt af van de eigenschappen. Een stof kan bijvoorbeeld kankerverwekkend of explosief zijn. Om het risico van een stof te kunnen bepalen moet je weten wat de (gevaarlijke) eigenschappen van een stof zijn en in hoeverre mens en milieu er daadwerkelijk mee in aanraking komen (de blootstelling). De combinatie van gevaar en blootstelling bepaalt het risico.

Figuur die het verband aangeeft tussen gevaar, blootstelling en risico

 

Maatregelen

Een kortdurende overschrijding van een norm, hoeft niet altijd schadelijk te zijn. De overheid probeert te voorkomen dat er schade optreedt. Daarom geeft de overheid bijvoorbeeld adviezen wat te doen bij een incident. Een bekend voorbeeld is ramen en deuren te sluiten.

Je kunt zelf ook wat doen om de risico’s te verkleinen. Bijvoorbeeld door je goed te beschermen als je met een gevaarlijke stof werkt, door gebruiksaanwijzingen goed te volgen en goed op te letten wat je door het riool spoelt.

Sommige gevaarlijke stofeigenschappen vinden we zo belangrijk dat we willen voorkomen dat deze stoffen in het milieu terechtkomen. In Nederland noemen we dit Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZSZeer Zorgwekkende Stoffen ). Een fabrikant die met deze stoffen werkt moet aan strenge eisen voldoen. Bij voorkeur moet een fabrikant een ZZS vervangen door een minder gevaarlijke stof (substitutie) of het productieproces aanpassen. In ieder geval moet de uitstoot zo laag mogelijk zijn.

Wie doet wat?

Binnen Europa is REACHRegistratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën van kracht, de Europese verordening voor chemische stoffen. De afkorting REACH staat voor Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperkingen van Chemische stoffen. Het doel van REACH is om de risico’s van chemische stoffen voor mens en milieu te beperken en te reguleren. De EUEuropese unie schrijft ook voor wat er op het etiket moet staan. Soms is het gebruik van een chemische stof verboden of beperkt. Voor sommige stofgroepen (bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen of cosmetica) is erapart Europees beleid.

De Nederlandse overheid voert dit Europese beleid uit en stuurt binnen Nederland aan op een zo veilig mogelijke omgeving. Een voorbeeld hiervan is het beleid Zeer Zorgwekkende Stoffen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu levert informatie die nodig is om het ZZS beleid vorm te geven. Ook ondersteunt het RIVM andere overheden, zoals provincies en gemeenten, bij de uitvoering van het beleid, bijvoorbeeld door normen af te leiden.