Het produceren, verwerken, transporteren, opslaan en toepassen van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij een incident of een doelbewuste (terroristische) actie is een belangrijk risicoscenario in Nederland. Om risico’s voor de volksgezondheid zo goed mogelijk te beheersen worden deze vooraf in kaart gebracht (Risico’s voorspellen). Om gezondheidsrisico’s tijdens een incident zoveel mogelijk te beperken zijn instrumenten ontwikkeld en procedures opgesteld (Incidentbestrijding).

Risico’s voorspellen

Voor het voorspellen van de risico’s voor de volksgezondheid wordt een kwantitatieve risicoanalyse gemaakt. Hierbij worden probitrelaties gebruikt om het aantal slachtoffers te schatten als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Een probitrelatie geeft het verband weer  tussen de concentratie van een stof, de duur van de blootstelling en het effect op de mens. De resultaten van een risicoanalyse worden gebruikt bij vergunningverlening en ruimtelijke ordening rond activiteiten met gevaarlijke stoffen.

Incidentbestrijding

Bij een ramp of een incident kunnen in korte tijd grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vrijkomen. Om de gevolgen hiervan voor de volksgezondheid zoveel en zo snel mogelijk te beperken zijn er interventiewaarden (toetsingswaarden) afgeleid. Hiermee wordt het gezondheidsrisico ingeschat wanneer mensen eenmalig en kortdurend een gevaarlijke stof inademen. Er zijn interventiewaarden afgeleid voor drie niveaus van gezondheidseffecten. Door luchtconcentraties te toetsen aan deze interventiewaarden kunnen de hulpdiensten snel de ernst van de situatie inschatten en beslissen welke maatregelen noodzakelijk zijn. Zo kunnen beslissingen worden genomen over opschaling van de incidentbestrijdingsorganisatie, over maatregelen ter bescherming van de bevolking en de communicatie met de bevolking. De dringendheid en aard van handelen hangt af van het niveau dat wordt overschreden. 
Lees meer over de oorsprong en aard van interventiewaarden in de Handreiking.

Primaire gebruikers van interventiewaarden zijn de Gezondheidskundig Adviseurs Gevaarlijke stoffen (GAGSGezondheidskundig Adviseurs Gevaarlijke stoffen ) van de GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio/GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst en de Adviseurs Gevaarlijke Stoffen (AGSAdviseurs Gevaarlijke Stoffen ) van de Brandweer.

In Nederland worden interventiewaarden voor de incidentbestrijding afgeleid. Andere, veel gebruikte interventiewaarden die hetzelfde doel dienen, zijn de zogenoemde AEGLAcute Exposure Guideline Level -waarden en de ERPGEmergency Response Planning Guidelines -waarden, die beide  afkomstig zijn uit de Verenigde Staten van Amerika. Lees meer over deze interventiewaarden: