Het Nederlandse bodembeleid richt zich op de bescherming van de kwaliteit van bodem en grondwater. Er zijn normen voor de toepassing van verontreinigde bagger en grond op en in de bodem. Ook zijn er normen voor de sanering van verontreinigde locaties.

Wettelijk kader

De Wet bodembescherming (WbbWet Bodembescherming ) stelt regels en normen voor de bescherming van de kwaliteit van bodem en grondwater (als onderdeel van het bodemsysteem). Het besluit- en de Regeling Bodemkwaliteit stelt regels voor de toepassing van grond en bagger op en in de bodem. De Circulaire Bodemsanering stelt regels voor de sanering van verontreinigde locaties. De RisicotoolboxBodem bevat instrumenten die helpen bij het uitvoeren van de wettelijke taken in het kader van het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering.

Welke normen zijn er?

In de Regeling Bodemkwaliteit (Rbk) staan normen voor hergebruik van grond en baggerspecie. Binnen het normenkader wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de grond of baggerspecie en de kwaliteit van de bodem waarop de toepassing plaatsvindt. Dit kan zowel zijn op bodem als op de waterbodem (bodem onder het oppervlaktewater). Daarnaast zijn er normen voor specifieke kaders, zoals voor grootschalige toepassing, het verspreiden van baggerspecie in zout water en het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel. Alle normen zijn gedefinieerd voor standaardbodem met 10% organische stof en 25% lutum. In bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit is beschreven hoe de waarden zijn om te rekenen voor een bodem met andere eigenschappen.
De volgende normen zijn opgenomen in de Regeling Bodemkwaliteit.

  • Achtergrondwaarden: gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, zonder belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Deze waarde geldt voor bodems en waterbodems.
  • Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen en Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie voor hergebruik van grond
  • Maximale waarden voor het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater (klasse A) en op de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam (Klasse B, interventiewaarde waterbodem).
  • Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel.
  • Maximale waarden voor verspreiden in oppervlaktewater (voor zoet water gelden de maximale waarden klasse A; voor zout water gelden de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie in zoute wateren).
  • Emissietoetswaarden en Maximale emissiewaarden; voor grootschalige toepassingen van grond op of in de bodem.
  • Maximale emissiewaarden voor toepassing van bouwstoffen op of in de bodem.

In de Circulaire bodemsanering staan de normen die zich richten op beheer en sanering van verontreinigde bodem en grondwater.

  • Streefwaarden grondwater (voor metalen twee lijsten: voor ondiep en diep grondwater).
  • Interventiewaarden bodemsanering/grondwater: bij overschrijding is sprake van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. De afleiding van de interventiewaarden gebeurt door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de methode staat beschreven in Lijzen et al. 2001. ​​​​​​
  • Indicatieve niveaus voor bodemverontreiniging: De indicatieve niveaus worden op dezelfde wijze afgeleid als de interventiewaarden, maar hebben een grotere onzekerheid wegens het ontbreken van informatie. Een over- of onderschrijding van de Indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging heeft niet direct consequenties voor de beslissing over de ernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient naast de indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of er sprake is van ernstige verontreiniging.

Meer informatie