De CLP Classification, Labelling and Packaging -Verordening verplicht bedrijven die stoffen of mengsels in de handel brengen hiervoor een gevaarsindeling af te leiden en de voorschriften voor verpakking en etikettering te volgen. Voor sommige gevaarseigenschappen van stoffen heeft de Europese Commissie een Europees geharmoniseerde indeling vastgesteld. Deze moet worden nageleefd. In alle andere gevallen moeten bedrijven zelf de indeling voor alle gevaarsklassen vaststellen (zelfclassificatie). Het komt dus voor dat een  bedrijf zelf vaststelt dat een stof kankerverwekkend, mutageen, of toxisch voor de reproductie (CMR Kankerverwekkende, mutagene (genetische verandering veroorzakende) en/of reproductietoxische (giftig voor de voortplanting) stoffen ) is. Daarnaast moeten producenten en importeurs van geregistreerde stoffen in het kader van hun verplichtingen onder de REACH Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën Verordening  laten weten of een stof Persistent, Bioaccumulerend en Toxisch (PBT  Persistent, Bioaccumulerend én Toxisch ) of zeer Persistent en zeer Bioaccumulerend (vPvB very persistent and very bioaccumulative ) is. Deze zelfclassificaties leiden tevens tot de  conclusie Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS Zeer Zorgwekkende Stoffen ) in het kader van Nederlands stoffenbeleid.

Deze stoffen staan niet op de ZZS-lijst, omdat CLP- en PBT/vPvB-zelfclassificaties niet officieel zijn vastgesteld. De zelfclassificaties zijn niet gecontroleerd door EU Europese unie, ECHA European Chemicals Agency , RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu of door een andere onafhankelijke instantie. Als hulpmiddel voor ZZS-identificatie zijn deze stoffen binnenkort te vinden via zoek stoffen.

Wat is zelfclassificatie?

Voor gevaren van stoffen waarvan de indeling niet in Annex VI van de CLP-Verordening (geharmoniseerde indeling) staat, geldt het principe van zelfclassificatie. Dit betekent dat een bedrijf dat een stof in de handel brengt, deze stof zelf moet indelen volgens de verschillende gevarenklassen van de CLP-verordening (artikel 4.1). Deze indeling moet gebeuren op basis van alle aan beschikbare informatie en moet worden gemeld bij ECHA voor opname in de C carcinogeen &L-inventaris. In het kader van de CLP-Verordening geldt voor bedrijven die melding doen bij ECHA een plicht om zo veel mogelijk tot overeenstemming te komen. Deze plicht is echter niet dwingend opgelegd.

Voor PBT/vPvB-stoffen moeten fabrikanten of importeurs bij de ECHA melden als een stof aan de PBT-criteria voldoet.

Waar is zelfclassificatie van een stof te vinden?

Het ECHA heeft een openbare database voor indeling en etikettering opgesteld: de C&L-inventaris. Hierin zijn de Europees geharmoniseerde indelingen uit Annex VI van de CLP en de aan ECHA gemelde zelfindelingen opgenomen en ook de indelingen die zijn gedaan door REACH registranten als onderdeel van hun registratieverplichting. De aangemelde indelingen zijn classificaties van het bedrijf zelf. Zelfclassificaties van mengsels door bedrijven zijn niet opgenomen in de C&L-inventaris. Zelfclassificaties zijn in principe opgenomen op het Veiligheidsinformatieblad (VIB). De eisen aan een veiligheidsinformatieblad staan beschreven in de REACH verordening, artikel 31.  In het zoeksysteem van de website Risico's van stoffen zijn alleen de zelfclassificaties als CMR 1A of 1B opgenomen omdat dit criteria zijn voor ZZS.

In het kader van REACH voert de ECHA ook PBT-beoordelingen van stoffen uit. Die stoffen zijn al opgenomen op de ZZS- of pZZS potentieel Zeer Zorgwekkende Stof(fen) -lijst. Als er geen afgeronde beoordeling beschikbaar is, moet een bedrijf zelf in hun REACH dossier aangeven of een stof PBT-eigenschappen heeft. Deze gegevens staan in de ECHA-database en zijn ook opgenomen in ons zoeksysteem.

In de "Gids voor ZZS en pZZS identificatie" staat hoe u de zelfclassificaties in de ECHA-database op kunt zoeken. Als hulpmiddel zijn de zelfclassificaties ook opgenomen in het zoeksysteem van onze website. Per stof is aangegeven of er een zelfclassificatie is, inclusief een link naar de gegevens bij ECHA. De zelfclassificatie van een stof kan verschillen tussen bedrijven. Stoffen die door één of meer bedrijven als CMR 1A of 1B zijn geclassificeerd zijn opgenomen in het zoeksysteem. Ook voor stoffen met een geharmoniseerde indeling of officieel vastgestelde PBT-identificatie bestaan soms zelfclassificaties. Deze zelfclassificaties zijn voor de volledigheid ook weergegeven. Soms wijken deze af van de geharmoniseerde indeling, bijvoorbeeld omdat meer actuele gegevens zijn gebruikt. Officieel vastgestelde indelingen zijn altijd leidend. De update van de gegevens op de RIVM website vindt twee keer per jaar plaats. Als gevolg van een verschil in updatefrequentie kan er een verschil zijn tussen de zelfclassificatie vermeld in ons zoeksysteem en de zelfclassificatie op de ECHA website.

Meer informatie over hoe de vergunningverlener om moet gaan met zelfclassificatie staat op de website van InfoMil.