Diervoederadditieven zijn stoffen, micro-organismen of preparaten die opzettelijk aan diervoeder of drinkwater worden toegevoegd, zoals vitaminen en probiotica. Diervoederadditieven worden ook wel toevoegingsmiddelen genoemd. Ze hebben een specifieke functie in het diervoeder, bijvoorbeeld het verbeteren van dierenwelzijn, het verbeteren van dierlijke producten of het verminderen van de effecten op het milieu.

Diervoedercontaminanten zijn stoffen die onbedoeld in diervoeders terecht komen.
Contaminanten kunnen tijdens productie, transport, verwerking of vervoedering in het voer terechtkomen. Contaminanten zijn vaak onvermijdbaar.

Risico’s

Als te grote hoeveelheden van een additief of een contaminant in het diervoeder terecht komen, kunnen risico’s ontstaan. Het kan schadelijk zijn voor de gezondheid van het dier, maar ook van de mensen die met het diervoeder moeten werken of van de consumenten die de dierlijke producten eten.

Wettelijk kader

Europese wetgeving

Diervoederadditieven

Voor diervoederadditieven geldt Verordening (EG) 1831/2003. Volgens deze verordening mogen diervoederadditieven alleen gebruikt worden nadat ze zijn beoordeeld op werkzaamheid en veiligheid. Het FEEDAP panel van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid ( EFSA Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid )) voert de beoordelingen uit. Na deze beoordeling wordt een diervoederadditief toegelaten (of afgewezen) door de Europese Commissie. Een overzicht van in de EU Europese unie (Europese unie) toegelaten diervoederadditieven is te vinden in het Europees Register Diervoederadditieven.

Diervoedercontaminanten

Voor veel diervoedercontaminanten zijn maximaal getolereerde limieten ( ML Maximum Level (Maximum Level )) vastgelegd in Richtlijn 2002/32/EG. Diervoeders die meer van deze contaminanten bevatten, mogen niet verhandeld of gebruikt worden in de EU.

Nederlandse wetgeving

De Nederlandse diervoederwetgeving is opgenomen in de Wet Dieren en is grotendeels een omzetting van de EU voorschriften

Overige informatie

  • Het Bureau Diergeneesmiddelen van het College voor Beoordeling van Geneesmiddelen ( CBG College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen )) regelt de toelating van diervoederadditieven in Nederland. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ( NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit )) controleert of de regels worden nageleefd.
  • In Europa kunnen bedrijven zich vrijwillig verbinden aan aanvullende GMP good manufacturing practice (good manufacturing practice )+-eisen. GMP+ is een kwaliteitsborgingsysteem voor de diervoederindustrie. GMP+ International omvat onder andere een lijst met productnormen voor stoffen in diervoeders.
  • Themapagina over diervoedsel op de EFSA website.