Milieukwaliteitsnormen richten zich op het beschermen van de algemene milieukwaliteit. Er zijn milieukwaliteitsnormen voor stoffen in oppervlaktewater, grondwater, sediment, bodem en lucht.

De overheid gebruikt milieukwaliteitsnormen bijvoorbeeld voor:

  • de vergunningverlening in het kader van onder meer de Wet milieubeheer en de Waterwet;
  • de beoordeling van de milieukwaliteit;
  • de formulering van beleid om normoverschrijding terug te dringen;
  • het saneringsbeleid.

Welke normen zijn er?

Maximaal toelaatbaar risiconiveau 

Het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTRMaximaal toelaatbaar risiconiveau ) is de concentratie van een stof in het milieu waar beneden geen negatief effect is te verwachten. Het MTR geldt voor langdurige (chronische) blootstelling. Er zijn MTRs voor ediment en lucht. Voor oppervlaktewater worden tegenwoordig geen MTR-waarden meer afgeleid, er zijn nog wel oude MTRs.

Milieukwaliteitsnorm 

Sinds de invoering van de Kaderrichtlijn water (KRWKaderrichtlijn Water ) zijn er voor oppervlaktewater drie soorten milieukwaliteitsnormen (MKNmilieukwaliteitsnorm ):

  • JG-MKNJaargemiddelde milieukwaliteitsnorm , de jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm voor langdurige blootstelling;
  • MAC-MKNMaximaal aanvaardbare concentratie milieukwaliteitsnorm , de maximaal aanvaardbare concentratie voor kortdurende blootstelling;
  • MKN-biotamilieukwaliteitsnorm in organismen , de norm voor langdurige blootstelling, uitgedrukt als de hoeveelheid van een stof in prooidieren.

Deze website en het “Zoeksysteem Risico’s van stoffen” gebruiken deze termen, al is er wetgeving waarin de termen zijn veranderd. Oudere waternormen kunnen nog wel als MTR zijn aangeduid (zie "Verandering van MKN termen").

Verwaarloosbaar risiconiveau

In het verleden gebruikte de overheid ook het verwaarloosbaar risiconiveau (VRVerwaarloosbaar risiconiveau ). Deze norm hield rekening met gelijktijdige blootstelling aan meer stoffen. Het VR lag in principe op een honderdste van het MTR, soms zijn andere overwegingen meegenomen. Tegenwoordig gaat het beleid, met name voor Zeer Zorgwekkende Stoffen uit van minimalisatie en streven naar nul-emissies. Hiermee heeft het VR geen betekenis meer.

Wettelijk kader

De Europees geldende milieukwaliteitsnormen uit de Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG (zie ook KRW) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (BKMW). Dat geldt ook voor oppervlaktewater te gebruiken voor drinkwaterbereiding.

Verandering van MKN termen

De termen JG-MKN en MAC-MKN staan in de Nederlandse vertaling van de Richtlijn prioritaire stoffen 2013/39/EU. Tot 2015 werden ze ook gebruikt in de Nederlandse wetgeving onder de KRW, het BKMW en de Regeling monitoring Kaderrichtlijn water.
Bij de laatste wijziging van het BKMW is de term “milieukwaliteitsnorm” (MKN) vervangen door “milieukwaliteitseis” (JG-MKE en MAC-MKE). In de Regeling monitoring KRW wordt nu gesproken over “jaargemiddelde waarde van de concentratie” en “maximaal aanvaardbare waarde van de concentratie”.
Deze wijziging heeft te maken met de juridische status van de getallen in beide documenten. De inhoudelijke betekenis van de getallen en de wijze van toetsing is niet veranderd.
De wijziging is ook niet van toepassing op stoffen die niet in het BKMW of de Regeling zijn opgenomen.
Op deze website kiezen we er daarom voor om de termen JG-MKN en MAC-MKN te blijven gebruiken, ongeacht de status van het getal.

Hoe normen afleiden?

Europese normen worden afgeleid onder verantwoordelijkheid van de Europese commissie en op EUEuropese unie niveau vastgesteld. Voor stoffen die voor Nederland relevant zijn, leidt de Nederlandse overheid normen af volgens de Handleiding normafleiding. Deze handleiding volgt de EU methode TGD-EQS EC 2018, aangevuld op punten waar de Europese methodiek niet in voorziet. Daarnaast gebruikt de Nederlandse overheid een eigen methode om snel indicatieve milieurisicogrenzen af te leiden zie de  Handleiding normafleiding. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn voor een vergunningaanvraag. Vergunningverleners kunnen via de helpdesk verzoeken indienen om dergelijke normen af te leiden. Het ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat beslist of tot uitvoering wordt overgegaan, dit is mede afhankelijk van beschikbare capaciteit. Bedrijven kunnen ook zelf een norm afleiden en deze inbrengen in de procedure om te laten vaststellen. Dit kan door een melding via de helpdesk. Zie voor meer informatie de Procedure vaststelling normen.

Specifieke locatie

Generieke milieukwaliteitsnormen gelden overal in Nederland. Waterkwaliteitsnormen  kunnen zijn berekend als opgeloste of totaalconcentratie. Voor grond en sediment zijn ze gekoppeld aan de samenstelling van dat materiaal. Aan de hand van de kenmerken van specifieke locaties kan men de normen omrekenen voor toepassing op deze locaties. Uitleg hierover en over andere aspecten, zoals de detectielimiet is te vinden in de Toelichting toepassing op locaties. Daarin staat ook hoe de norm, die is uitgedrukt als opgeloste fractie, is om te rekenen naar de totaalconcentratie.

Overschrijding van de normen

Bij overschrijding van een milieukwaliteitseis, is de waterbeheerder verplicht om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld op het gebied van emissiebeheer. Lees meer over emissiebeheer bij de Helpdesk Water.