Ter ondersteuning van incidentbestrijding bestaan in Nederland (rampen)interventiewaarden voor gevaarlijke stoffen. Met deze waarden wordt het niveau van gevaar ingeschat. Zo zijn beslissingen te nemen over opschaling van de incidentbestrijdingsorganisatie, maatregelen ter bescherming van de bevolking en de communicatie met de bevolking.

Gebruikers van interventiewaarden zijn onder anderen de Gezondheidskundig Adviseurs Gevaarlijke stoffen (GAGSGezondheidskundig Adviseurs Gevaarlijke stoffen ) en de Adviseurs Gevaarlijke Stoffen (AGS Adviseurs Gevaarlijke Stoffen ) van de Brandweer.

De interventiewaarden zijn te vinden via Zoek stoffen en in het Overzicht interventiewaarden 2018.

Welke interventiewaarden zijn er?

Op drie niveaus zijn interventiewaarden afgeleid:

  • Voorlichtingsrichtwaarde (VRWVoorlichtingsrichtwaarde ) - de luchtconcentratie die met grote waarschijnlijkheid door de blootgestelde bevolking als hinderlijk wordt waargenomen, of waarboven lichte gezondheidseffecten mogelijk zijn.
  • Alarmeringsgrenswaarde (AGWAlarmeringsgrenswaarde ) - de luchtconcentratie waarboven onherstelbare of andere ernstige gezondheidseffecten kunnen optreden, of waarbij door blootstelling aan de stof personen minder goed in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen.
  • Levensbedreigende waarde (LBWLevensbedreigende waarde ) - de luchtconcentratie waarboven mogelijk sterfte of levensbedreigende aandoeningen kunnen ontstaan.

Verschillen tussen oude en herziene waarden

Van de ruim 300 interventiewaarden zijn er ruim 190 herzien in 2015 t/mtot en met 2017. De nieuwe aanpak is meer in lijn met soortgelijke interventiewaarden uit de Verenigde Staten.
De belangrijkste verschillen tussen de herziene en de oude interventiewaarden zijn:

  • Interventiewaarden voor zes verschillende tijdsduren, in plaats van de standaard 1-uurs waarde. Per niveau (VRW, AGW, LBW) is er een 10-minuten-, een 30-minuten-, een 1-uurs-, een 2-uurs-, een 4-uurs- en een 8-uurs-waarde afgeleid. 
  • De herziene waarden zijn wetenschappelijk beter onderbouwd en alleen gebaseerd op gezondheidskundige effecten, en niet meer op geur en explosielimieten. 
  • Voor de herziene stoffen zijn aparte waarden afgeleid voor geurwaarneming en een luchtconcentratie voor het kankerrisico bij een eenmalige blootstelling. Waarneming van geur wordt niet meer gezien als een VRW effect.

In 2018 zijn 21 nieuwe stoffen aan de interventiewaardenlijst toegevoegd waarvoor interventiewaarden zijn afgeleid volgens de herziene methodiek.

Beoordeling

De interventiewaarden zoals afgeleid door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu worden inhoudelijk getoetst door een wetenschappelijke toetsgroep. De huidige samenstelling van de toetsgroep is als volgt:

  • dr. T.G. (Theo) Vermeire, ERT (RIVM; voorzitter)
  • dr. ir. J.H.E. (Josje) Arts, ERT (Nouryon; former AkzoNobel Chemicals)
  • prof. dr. P.J. (Peter) Boogaard, ERT, DABT (hoogleraar omgevingsgezondheid en humane biomonitoring Wageningen University, Shell International BVBesloten Vennootschap )
  • dr. ir. M.W.M.M. (Marc) Ruijten, ERT (CrisisTox Consult)
  • D.H.J. (Rik) van de Weerdt, arts, MPH, ERT (GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Gelderland Midden)
  • dr. P.J.J.M. (Peter) Weterings, ERT (Weterings Consultancy BV)

Elk stofdocument bevat ook beknopte medische informatie die van belang is in de eerste fase bij blootstelling aan de stof, en is onderverdeeld in informatieblokken over ontsmetting en medische behandeling. Dit onderdeel wordt opgesteld door drs. W. (Wim) Beltman (Beltox Consultancy).

Interventiewaarden Verenigde Staten 

In de Verenigde Staten zijn soortgelijke interventiewaarden afgeleid, de AEGLAcute Exposure Guideline Level en de ERPGEmergency Response Planning Guidelines . Sommige Nederlandse interventiewaarden zijn afgeleid van deze waarden. Ook kunnen deze waarden worden gebruikt voor stoffen waarvoor geen Nederlandse interventiewaarden zijn afgeleid.

Lees meer over AEGL waarden en ERPG waarden.