Met interventiewaarden voor de incidentenbestrijding kunnen de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst of de Brandweer het niveau van gevaar inschatten. Zo zijn beslissingen te nemen over opschaling van de incidentbestrijdingsorganisatie, maatregelen ter bescherming van de bevolking en de communicatie met de bevolking.

De Nederlandse  interventiewaarden voor de incidentbestrijding zijn te vinden via Zoek stoffen en in het Overzicht interventiewaarden 2018.

Welke interventiewaarden zijn er?

De drie niveaus van gezondheidseffecten waarvoor de Nederlandse Interventiewaarden worden afgeleid zijn:

  • Voorlichtingsrichtwaarde (VRWVoorlichtingsrichtwaarde ) - de luchtconcentratie die met grote waarschijnlijkheid door de blootgestelde bevolking als hinderlijk wordt waargenomen, of waarboven lichte gezondheidseffecten mogelijk zijn.
  • Alarmeringsgrenswaarde (AGWAlarmeringsgrenswaarde ) - de luchtconcentratie waarboven onherstelbare of andere ernstige gezondheidseffecten kunnen optreden, of waarbij door blootstelling aan de stof personen minder goed in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen.
  • Levensbedreigende waarde (LBWLevensbedreigende waarde ) - de luchtconcentratie waarboven mogelijk sterfte of levensbedreigende aandoeningen kunnen ontstaan.

Verschillen tussen oude en herziene waarden

Er zijn interventiewaarden afgeleid voor meer dan 330 stoffen. In de periode 2015 – 2020 zijn voor ruim 210 stoffen nieuwe interventiewaarden afgeleid volgens de herziene methodiek. 

De nieuwe aanpak is in belangrijke mate gebaseerd op de methode waarop AEGL-waarden in de Verenigde Staten worden afgeleid. Deze aanpak is beschreven in het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-rapport 2019-0055: "Handreiking voor de afleiding van interventiewaarden voor incidentbestrijding (2019)". De belangrijkste verschillen tussen de nieuwe en de oude interventiewaarden zijn:

  • Nieuwe interventiewaarden worden afgeleid voor zes verschillende tijdsduren, in plaats van de standaard 1-uurs waarde. Per niveau (VRW, AGW, LBW) is er een 10-minuten-, een 30-minuten-, een 1-uurs-, een 2-uurs-, een 4-uurs- en een 8-uurs-waarde afgeleid. 
  • De nieuwe waarden zijn wetenschappelijk beter onderbouwd en alleen gebaseerd op gezondheidskundige effecten, en niet meer op geur en explosielimieten. 
  • Voor de stoffen waarvoor nieuwe waarden zijn afgeleid, zijn, waar mogelijk en van toepassing, ook aparte waarden afgeleid voor geurwaarneming en een luchtconcentratie voor het kankerrisico bij een eenmalige blootstelling. 

Beoordeling

De interventiewaarden zoals afgeleid door het RIVM worden inhoudelijk getoetst door een wetenschappelijke toetsgroep. De huidige samenstelling van de toetsgroep is als volgt:

  • dr. T.G. (Theo) Vermeire, ERT (RIVM; voorzitter)
  • dr. ir. J.H.E. (Josje) Arts, ERT (Nouryon; former AkzoNobel Chemicals)
  • prof. dr. P.J. (Peter) Boogaard, ERT, DABT (hoogleraar omgevingsgezondheid en humane biomonitoring Wageningen University, Shell International  BVBesloten Vennootschap )
  • dr. ir. M.W.M.M. (Marc) Ruijten, ERT (CrisisTox Consult)
  • D.H.J. (Rik) van de Weerdt, arts, MPH, ERT (GGD Gelderland Midden)
  • dr. P.J.J.M. (Peter) Weterings, ERT (Weterings Consultancy BV)

Elk stofdocument bevat ook beknopte medische informatie die van belang is in de eerste fase bij blootstelling aan de stof, en is onderverdeeld in informatieblokken over ontsmetting en medische behandeling. Drs. W. (Wim) Beltman (Beltox Consultancy) stelt dit onderdeel op.

Interventiewaarden Verenigde Staten 

In de Verenigde Staten zijn soortgelijke interventiewaarden afgeleid, de AEGLs en de ERPGs. De AEGLs en ERPGs kunnen worden gebruikt voor stoffen waarvoor geen Nederlandse interventiewaarden zijn afgeleid, waarbij de AEGLs de voorkeur verdienen.

Lees meer over AEGL waarden en ERPG waarden.