Geneesmiddelen zijn stoffen om mensen te genezen van een ziekte, of de effecten van ziekten en aandoeningen te verminderen.

Risico's

Geneesmiddelen zijn bedoeld om in contact met het lichaam te komen of in het lichaam te worden opgenomen. Geneesmiddelen kunnen bijwerkingen (ongewenste en nadelige effecten) hebben voor de mens. De middelen of hun afbraakproducten kunnen ook in het milieu terechtkomen. Dat kan leiden tot schade aan het milieu. Door het maken van een beoordeling wordt onderzocht of er nadelige effecten optreden en of de voordelen opwegen tegen de nadelen van gebruik van het geneesmiddel.

Geneesmiddelenbeoordeling

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen ) is verantwoordelijk voor het beschikbare geneesmiddelenpakket in Nederland. In de EUEuropese unie is het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMAEuropese Bureau voor de evaluatie van geneesmiddelen ) verantwoordelijk voor de toelating en bewaking van geneesmiddelen. Het CBG is via de EMA betrokken bij de toelating van geneesmiddelen in de gehele Europese Unie. Voordat een geneesmiddel in Nederland in de handel komt, moet het een registratie krijgen van het CBG. Ook beslist het CBG of een geneesmiddel uitsluitend met of juist zonder recept verkrijgbaar is.

Wettelijk kader

De Europese wet- en regelgeving voor de beoordeling en toelating van geneesmiddelen vindt u op de website van de EMA. Sinds 2007 is Verordening EC 1901/2006 van kracht voor geneesmiddelen voor kinderen (0-17 jaar). Naast de EU wet- en regelgeving geldt in Nederland de geneesmiddelenwet. Het Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen (NKFKNederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen ) houdt zich bezig met de kwaliteit en veiligheid van farmacotherapie bij kinderen.

Nanogeneesmiddelen

Verwacht wordt dat nanogeneesmiddelen een positieve bijdrage kunnen leveren aan de preventie, diagnose en behandeling van ziektes. Vooral voor ziektes als kanker, ziektes met een genetische oorzaak, infecties, auto‑immuunziekten en ontstekingen. Nanogeneesmiddelen hebben mogelijk minder bijwerkingen, omdat door de nanoformulering de geneesmiddelen nauwkeuriger en gerichter op de plaats van bestemming komen. Ook wordt verwacht dat er minder toegediend hoeft te worden. Echter de deeltjes zijn kleiner en kunnen daardoor mogelijk op andere plaatsen doordringen zoals de bloed-hersen barrière of celmembranen. Ook kunnen nanodeeltjes een effect hebben op het afweersysteem. De kwaliteit van formulering van nanogeneesmiddelen is belangrijk omdat kleine veranderingen in grootte, vorm of oppervlakte-eigenschappen het gedrag van deze middelen in het lichaam kan veranderen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is nauw betrokken bij de recente ontwikkelingen rondom nanogeneesmiddelen.

Overige informatie

Bijwerkingen kunt u melden bij uw arts en/of bij LAREB.
De definitie van geneesmiddelen en waren, en de richtlijn voor reclame van geneesmiddelen is te vinden op de website van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGRStichting Code Geneesmiddelenreclame ).
Informatie over geneesmiddelen en milieu kunt u vinden op de themapagina van het RIVM.
Lees meer over de verwante producten diergeneesmiddelen.