De Maximale Residu Limiet (MRLMaximale Residu Limiet ) is het wettelijk toegestane maximale residu (restgehalte) van een stof in of op levensmiddelen.

MRL waarden vindt u op andere websites.

Levensmiddelen kunnen agrarische producten zijn zoals groente, fruit, vlees en melk, en verwerkte producten zoals rozijnen en yoghurt. Daar kunnen residuen (resten) in terecht komen van gewasbeschermingsmiddelenbiociden of diergeneesmiddelen. De MRL is een productnorm, vastgesteld per werkzame stof-levensmiddel combinatie. Voor verwerkte producten geldt dezelfde MRL als voor het uitgangsmateriaal. Wel wordt bij indroging van plantaardige producten (zoals rozijnen) doorgaans rekening gehouden met de residuveranderingen die optreden tijdens het droogproces. Ook voor sommige omzettingsproducten (metabolieten) worden MRL's afgeleid als dat nodig is.

Doel van de MRL

Te hoge residuen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens. Door het vaststellen van MRL's kan je de voedselveiligheid bewaken. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ) gebruikt MRL's om te controleren op misbruik van gewasbeschermingsmiddelen, biociden en diergeneesmiddelen. Ook vergemakkelijken MRL's de internationale handel van levensmiddelen. Producten met residugehaltes lager dan de MRL standaard worden als veilig beschouwd. Daarom worden binnen Europa de MRL's per werkzame stof-agrarisch product combinatie zoveel mogelijk gelijk gesteld. Wereldwijd gebeurt dat vooral via de Codex Alimentarius, een samenwerkingsverband van de  World Health Organization (WHOWorld Health Organization ) en de Food and Agriculture Organization (FAOFood and Agriculture Organization van de Verenigde Naties ).

Wettelijk kader

De Europese Commissie en de lidstaten kunnen MRL's vaststellen.  Voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen zijn de Europees vastgestelde MRL's opgenomen in Verordening ECEuropese Commissie 396/2005 . Deze MRL's zijn ook te vinden in de EUEuropese unie Pesticiden database.

Voor de meeste biociden zijn geen Europese MRL's vastgesteld. In Nederland zijn wel nationale MRL's voor biociden vastgesteld als ze niet zijn opgenomen in de gewasbeschermingsmiddelen-, diergeneesmiddelen- of contaminanten wetgeving. Deze zijn opgenomen in de bijlagen van de Warenwetregeling Residuen van Bestrijdingsmiddelen.

Voor werkzame stoffen  in diergeneesmiddelen zijn de Europees vastgestelde MRL's opgenomen in Tabel I van Verordening (EU) 37/2010. Deze MRL’s zijn ook te vinden in de MRL assessment reports van de European Medicines Agency. 

Er kan maar één MRL zijn voor een bepaalde stof-agrarisch product combinatie. Een handhavingslab kan namelijk niet zien of een gehalte afkomstig is van een biocide-, gewasbeschermings- of diergeneesmiddeltoepassing. Daarom moet de wetgeving op elkaar afgestemd zijn.

MRL en gewasbeschermingsmiddelen

De MRL wordt in de EU berekend als het maximale residu van een werkzame stof in een agrarisch product, dat verwacht wordt bij "goed landbouwkundig gebruik". Dat gebeurt alleen voor het "ruwe agrarische product". Dit betekent dat er een MRL wordt afgeleid voor appel, maar niet voor appelsap. Hetzelfde geldt voor MRL's voor dierlijke produkten: wel een MRL voor spier(weefsel), maar niet voor worst.
De berekende MRL wordt via een dieetberekening getoetst aan de toxicologische grenswaarden ADI en ARfD. Dit houdt in dat de inname van een agrarisch product, zoals bepaald in voedselconsumptiepeilingen, wordt vermenigvuldigd met de MRL. Als de waarde uit deze dieetberekening niet boven de grenswaarden van de ADIAcceptable Daily Intake en de ARfDAcute Referentie Dosis uitkomen, wordt de MRL vastgesteld en opgenomen in Verordening EC 396/2005. Alleen stoffen waarvoor MRL's zijn vastgesteld, kunnen in de EU worden toegelaten. Lees meer hierover op de EU pesticiden pagina en via de EFSAEuropese Autoriteit voor Voedselveiligheid European Food Safety Authority.

MRL en biociden

In Verordening (EU) 528/2012 is de handel in en het gebruik van biociden in de EU gereguleerd. Wanneer een biocide in contact kan komen met voedsel en diervoeder, wordt tijdens de toelatingsprocedure beoordeeld of er een MRL voor de werkzame stof van het biocide moet worden vastgesteld. Eerst wordt gekeken of de werkzame stof voorkomt in de lijst van gewasbeschermingsmiddelen of diergeneesmiddelen en wordt gekeken of die MRL’s  het biociden gebruik voldoende afdekken. Als de stof niet in die lijsten voorkomt of de gebruiken niet zijn afgedekt, worden mogelijk MRL’s voor biociden afgeleid. Het is nog niet wettelijk vastgelegd hoe deze MRL’s moeten worden afgeleid en in welke wetgeving ze zullen worden opgenomen. Zoals het er nu naar uitziet zullen ze tijdelijk worden opgenomen in de contaminantenwetgeving. In dat geval, worden het Maximum Levels (MLMaximum Level ) genoemd. Sommige lidstaten stellen nu nog zelf de ML’s vast per werkzame stof-levensmiddel combinatie. Biociden worden vaak toegepast in de voedselverwerkingsindustrie. Daarom is het voorstelbaar dat in de toekomst ML’s voor werkzame stoffen van biociden ook worden afgeleid voor verwerkte producten, zoals bijvoorbeeld voor softijs of bier. Omdat ML’s kunnen worden vastgesteld voor ruw agrarisch product én voor verwerkte producten spreken we over ML’s voor werkzame stof-levensmiddel combinaties.

MRL en diergeneesmiddelen

De EU stelt de MRL's vast voor de residuen van diergeneesmiddelen in dierlijke producten (zoals spier, vet, lever, nier, melk, eieren, honing) per werkzame stof-agragrisch product combinatie. Net zoals bij gewasbeschermingsmiddelen, worden geen MRL's afgeleid voor bewerkte vleesproducten. De MRL's zijn gebaseerd op de ADI van een stof en een standaard dagelijks te consumeren "worst-case" voedselpakket.  De afleiding van MRL’s is te vinden in Verordening (EU) 2018/782. De MRL’s vermenigvuldigd met de veronderstelde maximale inname van de dierlijke producten mag niet boven de ADI uitkomen. Op de EMAEuropese Bureau voor de evaluatie van geneesmiddelen website vindt u de MRL's voor diergeneesmiddelen, en de samenvattingen van hun beoordeling, zie "EMA MRL assessment reports".

Diergeneesmiddel én gewasbeschermingsmiddel en/of biocide

Soms wordt een werkzame stof zowel in diergeneesmiddelen als in gewasbeschermingsmiddelen of biociden gebruikt. Dierlijke producten kunnen naast diergeneesmiddelen ook gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevatten. Dat kan doordat de dieren behandelde gewassen eten en door de behandeling van dieren en/of stallen met biociden. Daardoor kunnen er voor dezelfde stof in dierlijke producten verschillende MRLsMaximale Residu Limieten zijn afgeleid. In dat geval wordt uiteindelijk de hoogste MRL opgenomen in de wetgeving. Bij diergeneesmiddelen wordt er bij het vaststellen van MRL's voor dierlijke producten rekening mee gehouden dat de werkzame stof ook als gewasbeschermingsmiddel gebruikt wordt. Dan wordt een deel van de maximale totale inname via voeding (oftewel de ADI) gereserveerd voor de inname van residuen via plantaardig voedsel.

Overschrijden van de MRL

Het overschrijden van de MRL voor gewasbeschermingsmiddelen betekent meestal dat er onjuist gebruik is gemaakt van de middelen die de werkzame stof bevatten. Dit is van belang voor handhavingsdoeleinden. Dit betekent echter niet automatisch dat er een risico voor de volksgezondheid optreedt. Dat is pas het geval als de maximale inname van die groente of dat fruit met het verhoogde residugehalte boven de acute gezondheidskundige referentiewaarden (ARfD) uit komt. Om dit te berekenen wordt gebruik gemaakt van een Europees geharmoniseerd dieetmodel (EFSA PRIMo). Dit model is gebaseerd op consumptiegegevens van diverse Europese landen.

De MRL voor diergeneesmiddelen wordt vastgesteld op basis van de (meestal) maximale opvulling van de ADI. De MRL is dus direct gerelateerd aan een gezondheidskundige referentiewaarde. Het totaal aan residu wat een mens op basis van een ’worst case’ consumptie van vlees, melk en eieren (standaard voedselconsumptiepakket, zie ook bijlage II van Verordening (EU) 2018/782) binnen zou mogen krijgen wordt daarvoor gelijkgesteld aan de ADI. Bij een toelating van een middel, wordt een wachttermijn afgeleid. Dit is het tijdstip waarop alle residuwaarden in de dierlijke producten beneden de MRL liggen bij de vastgestelde gebruikstoepassing. Deze wachttermijn geeft aan hoeveel tijd er moet verstrijken na de laatste toediening van het diergeneesmiddel, voordat het dierlijke product veilig verhandeld kan worden. In dit geval betekent een overschrijding van de MRL dat er onjuist gebruik is gemaakt van de diergeneesmiddelen en/of dat de wachttermijn niet in acht is genomen. Overschrijding van de MRL zou een risico voor de volksgezondheid kunnen vormen. Voor een realistische inschatting van het risico wordt uiteindelijk ook gekeken naar de werkelijke maximale voedselconsumptie. Daarnaast wordt ook gekeken naar het effect waarop de ADI is gebaseerd; is deze gebaseerd op effecten bij kortdurende hoge blootstelling of op effecten die pas na langdurige blootstelling optreden?