Gewasbeschermingsmiddelen zijn bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt. Bijvoorbeeld bij het bestrijden van schimmels, insecten en onkruiden.

Bestrijdingsmiddelen die buiten de landbouw worden toegepast, zijn geen gewasbeschermingsmiddelen, maar biociden. Behalve als de toepassing vergelijkbaar is met die in de landbouw. Slakkenkorrels en onkruidbestrijdingsmiddelen zijn bijvoorbeeld altijd gewasbeschermingsmiddelen.
Een gewasbeschermingsmiddel bevat één of meer werkzame stoffen. De werkzame stoffen zijn de actieve componenten in het middel en zorgen voor het gewenste effect. De beschikbare gegevens voor de verschillende werkzame stoffen vindt u via Zoek stoffen.

Voordelen en risico's

Gewasbeschermingsmiddelen bevatten werkzame stoffen tegen schadelijke organismen. Daarom brengt het gebruik naast voordelen ook risico's met zich mee voor de volksgezondheid en het milieu. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen bijvoorbeeld in de sloot waaien tijdens het spuiten. Ook kunnen planten en dieren waartegen het middel niet is bedoeld, schadelijke effecten ondervinden. De risico’s voor mensen worden beoordeeld voor de gebruiker, en voor anderen die daarna met het gewasbeschermingsmiddel in aanraking kunnen komen, bijvoorbeeld via drinkwater of voedsel.
Lees meer over risicobeoordeling.

Toelating

Een gewasbeschermingsmiddel mag alleen worden verkocht en gebruikt als het is toegelaten. Toelating is mogelijk nadat de risico’s zijn beoordeeld met behulp van voorlopige Maximale Residu Limieten (MRLMaximale Residu Limiet ’s). Bij de risicobeoordeling wordt onderzocht of er bij normaal gebruik geen nadelige milieu- of gezondheidseffecten zullen optreden. Toelating van gewasbeschermingsmiddelen kan alleen wanneer de werkzame stof die daarin gebruikt wordt, alAluminium is goedgekeurd in Europa.

Goedkeuring werkzame stoffen

De goedkeuring van de werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen valt in Europa onder DGDirectorate-General Health and Food Safety. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSAEuropese Autoriteit voor Voedselveiligheid ) coCobalt ördineert de beoordeling van de werkzame stoffen en ontwikkelt methoden voor de risicobeoordeling. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden  (CtgbCollege voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden ) neemt namens Nederland deel aan de Europese beoordeling van de werkzame stoffen.
EUEuropese unie goedgekeurde werkzame stoffen worden opgenomen in uitvoeringsverordening (EU) 540/2011 en zijn te vinden in de EU pesticiden database.

Toelating middelen en toepassingen

De lidstaten beoordelen de toepassingen en middelen. De toelating van middelen gebeurt per Europese zone: Noord, Midden en Zuid voor middelen die buiten worden gebruikt. Als een lidstaat in een zone een specifiek gebruik van een middel heeft beoordeeld, dan geldt deze beoordeling binnen die hele zone voor dat middel en die toepassing. Enkele Europese landen hebben specifieke nationale beoordelingsvereisten. In dat geval zal de nationale autoriteit van deze lidstaat eerst deze specifieke vereisten beoordelen, voordat het middel ook in deze lidstaat kan worden toegelaten. Het Ctgb is verantwoordelijk voor de risicobeoordeling en het toelatingsproces in Nederland. Dit College stelt de nationaal specifieke elementen vast. Door het Ctgb toegelaten middelen krijgen een toelatingsnummer en staan in de toelatingendatabase van het Ctgb.

Wettelijk kader

EU wetgeving

Handel in en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is in de EU geregeld in Verordening (EGEuropese Gemeenschap ) 1107/2009. Voor de werkzame stoffen worden wettelijke normen afgeleid voor de consumptiegewassen (voedsel en diervoeder) waarop het middel wordt gebruikt: Maximale Residu Limieten (MRLs). Dit zijn de maximaal toegestane gehaltes van de werkzame stof in of op een agrarisch product, op het moment dat dat product op de markt wordt gebracht. De MRLsMaximale Residu Limieten worden opgenomen in Verordening (EG) 396/2005 en zijn te vinden in de EU pesticiden database.

Nederlandse wetgeving

Verordening (EG) 1107/2009 heeft directe werking en hoeft niet te worden omgezet in nationale wetgeving. Derol van het Ctgb is vastgelegd in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De wet is verder uitgewerkt in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Dit is een algemeen bindende regeling voor details over uitvoering van de wet. De Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden biedt vervolgens een praktische uitwerking van besluit en wet.

Overige informatie

FAOFood and Agriculture Organization van de Verenigde Naties – Pesticide Management geeft informatie over de wereldwijde beoordeling van werkzame stoffen in gewasbeschermingmiddelen, en de afleiding van MRLs voor de CodexCodex Alimentarius Commission Alimentarius.
In de EU Pesticides database zijn gezondheidskundige  normen ADI , ARfD en AOEL en MRL voor werkzame stoffen te vinden.
De Bestrijdingsmiddelenatlas biedt informatie over de metingen van bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater, gekoppeld aan landgebruik en getoetst aan verschillende normen voor de waterkwaliteit.
Sinds oktober 2017 is er ook een grondwateratlas. De Grondwateratlas is te downloaden en op een PC te installeren.