Stoffen kunnen gekenmerkd zijn als Persistent (niet of nauwelijks afbreekbaar in het milieu), én Bioaccumulerend (ophoping van de stof in organismen) én Toxisch (giftig) voor mens of ecosysteem. Stoffen kunnen ook aangemerkt zijn als zeer Persistent én zeer Bioaccumulerend (very Persistent very Bioaccumulative). Het doel is deze stoffen te weren uit het milieu, of de concentraties in het milieu zo laag mogelijk te houden.

PBT Persistent, Bioaccumulerend én Toxisch en vPvBzeer persistent of zeer bioaccumulerend stoffen kunnen accumuleren in het milieu. De gevolgen van deze accumulatie zijn op lange termijn onvoorspelbaar en onomkeerbaar. Ook verafgelegen gebieden zoals het mariene milieu kunnen hierdoor langdurig aan dit soort stoffen blootgesteld worden. Overheden kunnen deze stoffen verbieden of strikte voorwaarden stellen aan productie, handel en gebruik.

Wettelijk kader

In Bijlage XIII van de REACHRegistratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën Verordening (EGEuropese Gemeenschap ) 1907/2006 zijn de criteria voor de indeling als PBT/vPvB vastgelegd. In principe moeten alle stoffen bij meer dan 10 ton productie of import per jaar een PBT/vPvB beoordeling krijgen.
In de POPPersistente organische stoffen Verordening (EG) 850/2004 zijn de PBT/vPvB stoffen opgenomen met de overeengekomen voorwaarden, zoals verbod of beperking van productie, handel en gebruik.
Ook in regelgeving over specifieke productgroepen zoals biociden, gewasbeschermingsmiddelen, geneesmiddelen en diergeneesmiddelen is een PBT/vPvB beoordeling opgenomen.

Internationale verdragen

Een soortgelijke beoordeling met vergelijkbare criteria gebeurt ook in andere internationale fora, zoals:

  • de Stockholm Conventie van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEPUnited Nations Environment Programme ) om de gezondheid en het milieu te beschermen tegen persistentie organische vervuilingen (POPsPersistente organische verontreinigende stoffen )
  • het POP protocol van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECEEconomische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties )
  • de OSPARPrioritaire stoffen van de Oslo-Parijs Conventie Conventie. 

Lees meer over het Verdrag van Stockholm.
Lees meer over de OSPAR stoffenlijst.

Maatregelen

Als een stof als PBT/vPvB gekenmerkt wordt, moeten bedrijven afdoende maatregelen nemen. Daarnaast kunnen de Europese overheden stoffen verbieden of onder een streng autorisatie regime plaatsen of restricties (beperkingen) voor het gebruik van een stof opleggen.

Proces PBT beoordeling

De REACH criteria zijn toegelicht in de 'Guidance on information requirements and chemical safety assessment, Chapter Rreproductiegiftig .11' (zie link naar de ECHAEuropean Chemicals Agency Guidance).

Screening

Vaak zijn niet alle gegevens voor die beoordeling aanwezig. Daarom zijn er ook screeningscriteria vastgesteld, waarmee een initiële toetsing mogelijk is. Voldoet een stof niet aan de screeningscriteria, dan is de stof zeer waarschijnlijk geen PBT of vPvB.

Informatie die niet direct te toetsen is aan de criteria

Binnen REACH bestaat de verplichting om in een PBT/vPvB beoordeling alle beschikbare informatie mee te nemen. Niet alle informatie is direct te vergelijken met de numerieke criteria. Het kan echter zijn dat dit soort informatie laat zien dat de stof een zorg voor PBT met zich meebrengt. Een voorbeeld hiervan zijn de perfluorverbindingen die op grond van hun lange halfwaardetijden in de mens als bioaccumulatief beoordeeld zijn.

Nadere beoordeling

Voldoet de stof wel aan de screeningscriteria, dan kan nader onderzoek nodig zijn om na te gaan of de stof werkelijk PBT of vPvB is.
De volledige PBT beoordeling bestaat uit twee stappen:

  1. identificatie van PBT stoffen
  2. evaluatie van de bronnen en belangrijkste emissieroutes naar het milieu.

Zo zijn de meest geschikte en effectieve maatregelen te nemen om de emissies van PBT stoffen naar het milieu te reduceren.